Een toonladder is een reeks van opeenvolgende toonafstanden. Welke toonladder het is wordt bepaalt door de grondtoon en de onderlinge afstanden.
De grote terts toonladder wordt hieronder besproken. Je kunt natuurlijk ook direct naar naar de kleine terts toonladder gaan.
grote terts toonladder
Deze grote tertstoonladder (ook wel majeur of dur genoemd) bestaat uit de afstanden
1__1__1/2__1__1__1__1/2
Bij een halve afstand staan op de viool de vingers tegen elkaar. Bij een hele afstand staan vingers van elkaar (ongeveer een duimsafstand).
Als voorbeeld neem ik nu toonladder C-groot.Deze toonladder bestaat enkel uit de stamtonen(noten zonder verhogingen, verlagingen) en de grondtoon is natuurlijk de c.
c____d____e f____g____a____b c
De halve afstanden zitten hier tussen de e en f (te onthouden door ezelsbruggetje efteling) en tussen de b en c (te onthouden door ezelsbruggetje becel).
Bij de toonladder D-groot moeten enkele noten verhoogt worden om aan de afstanden te voldoen.
d____e____fis g____a____b____cis d
Deze toonladder heeft dus twee kruizen.
Door de volgende ezelsbruggetjes kun je makkelijk onthouden welke voortekens bij welke toonladder hoort. C-groot staat hier niet bij omdat deze geen enkele voorteken heeft. 1) Geef(g)De(d)Armen(a)Een(e)Bord(b)Fis(fis)Cis(cis) (kruizen) Toonladder G-groot heeft dus 1 kruis, toonladder D-groot 2 kruizen, toonladderA-groot 3 kruizen enz. 2) Friese(f)Boeren(bes)Eten(es)Alle(as)Dagen(des)Groene(ges)Citroenen(ces) (mollen) Toonladder F-groot heeft dus 1 mol, toonladder Bes-groot heeft 2 mollen, toonladder Es-groot heeft 3 mollen.
Bij elk stukje wat je voor je vioolles oefent kun je een toonladder spelen. Zo voel je meteen hoe je vingers moeten staan.Om te weten welke toonladder erbij hoort kijk je naar de laatste noot en naar de voortekens.
Hieronder zie je enkele toonladders in notenbeeld staan (in volgorde waarop ze in de les behandelt worden).