Onderdelen van de viool
Geschiedenis van de viool
Onderhoud van de viool
Flageoletten
Versieringen
Vingerstelling versus voortekens
Studeren!?
Spelletjes
play-in 2005
vervolg play-in
kleuterviool
afsluiting 2004-2005
Samenspelen met Janine Jansen
Parnas december 2005
A7 december 2005
Sneek december 2005
foto's dec 2005/ jan 2006
Kaatslandfestival
Voorspeelavond 5 april 2006 Sneek
Voila!
Leerlingen spelen met Brennivin
koninginnedag 2006
Harmonieconcert 9 juni 2006
Parnasconcours 2006
afsluiting seizoen juli 2006
Zirkus Quatsch
Strijkersfestival November 2006
herfst-winter voorspeelavond 22-11-2006
Douwe en het openluchttheater
Concours Parnas 2007
Princessedag 2007
Laatste voorspeelavond Beetsterzwaag
Midzomerconcert 3 muziekscholen Princessehofmuseum
Afsluitingen seizoen 2006-2007
Theorie toetsen
Muzikale woorden
Stijlen en Componisten
Noten lezen/notatie en aanwijzingen
Toonladders
Intervallen en akkoorden
Maat en Ritme
Lesaanvulling
muziekboeken
Toonladders

Een toonladder is een reeks van opeenvolgende toonafstanden. Welke toonladder het is wordt bepaalt door de grondtoon en de onderlinge afstanden.

De grote terts toonladder wordt hieronder besproken. Je kunt natuurlijk ook direct naar naar de kleine terts toonladder gaan.

grote terts toonladder

Deze grote tertstoonladder (ook wel majeur of dur genoemd) bestaat uit de afstanden

1__1__1/2__1__1__1__1/2

Bij een halve afstand staan op de viool de vingers tegen elkaar. Bij een hele afstand staan vingers van elkaar (ongeveer een duimsafstand).



Als voorbeeld neem ik nu toonladder C-groot.Deze toonladder bestaat enkel uit de stamtonen(noten zonder verhogingen, verlagingen) en de grondtoon is natuurlijk de c.

c____d____e f____g____a____b c

De halve afstanden zitten hier tussen de e en f (te onthouden door ezelsbruggetje efteling) en tussen de b en c (te onthouden door ezelsbruggetje becel).



Bij de toonladder D-groot moeten enkele noten verhoogt worden om aan de afstanden te voldoen.

d____e____fis g____a____b____cis d

Deze toonladder heeft dus twee kruizen.

Door de volgende ezelsbruggetjes kun je makkelijk onthouden welke voortekens bij welke toonladder hoort. C-groot staat hier niet bij omdat deze geen enkele voorteken heeft.
1) Geef(g) De(d) Armen(a) Een(e) Bord(b) Fis(fis) Cis(cis) (kruizen)
Toonladder G-groot heeft dus 1 kruis, toonladder D-groot 2 kruizen, toonladderA-groot 3 kruizen enz.
2) Friese(f) Boeren(bes) Eten(es) Alle(as) Dagen(des) Groene(ges) Citroenen(ces) (mollen)
Toonladder F-groot heeft dus 1 mol, toonladder Bes-groot heeft 2 mollen, toonladder Es-groot heeft 3 mollen.



Bij elk stukje wat je voor je vioolles oefent kun je een toonladder spelen. Zo voel je meteen hoe je vingers moeten staan.Om te weten welke toonladder erbij hoort kijk je naar de laatste noot en naar de voortekens.


Hieronder zie je enkele toonladders in notenbeeld staan (in volgorde waarop ze in de les behandelt worden).



Kleine terts toonladder