 |
 |
 |
 |
 | Stijlen en Componisten |
|
|
|
|
|
Renaissance
|
Periode: ±1420 - ±1600 Componist(en): William Byrd(Fantasia a 4 voor viola da gamba's) Stijlkenmerken: Als reactie op de middeleeuwen,waar gemeenschapszin en vroomheid zeer belangrijk waren, richt de Renaissance zich meer op individualisme en wereldmuziek.Composities zijn rustig,evenwichtig en hebben de ideale verhoudingen. Men streefde naar mooie harmonieen, samenklanken, door het volgen van vaste regeltjes.
|
Barok
|
Periode: ± 1600 - ± 1750 Componisten: J.S.Bach (Chaconne uit de Partita in d-klein voor viool), A.Vivaldi (de 4 jaargetijden voor viool en orkest), G.Ph.Telemann(12 fantasien voor viool) Stijlkenmerken: Rijkdom aan versieringen.Beweeglijkheid.Luchtig spelend, vaak onderste helft van de stok. In tegenstelling tot de Renaissance moet muziek meer het gevoel aanspreken.Veel stukken zijn met Basso Continuo; een begeleidende partij van meestal een akkoordinstrument met een basinstrument.
|
Classicisme
|
Periode: ±1750- ±1800 Componisten: W.A.Mozart (vioolconcert no.2 in D-groot kv.211), F.J.Haydn(vioolconcert in G-groot) , L.van Beethoven(vioolromance no.2 in F-groot) Stijlkenmerken: Als reactie op de periodes Barok maar vooral Rococo ,met zijn overdaad aan versieringen, nu minder versieringen. Helderheid,eenvoud,evenwicht in vorm en inhoud is belangrijk. Veel geschreven voor strijkkwartet, het ontstaan van de piano waardoor crescendo en decrescendo mogelijk is wat niet mogelijk was met de (voorloper) clavecimbel.
|
Romantiek
|
Periode: ±1800 - ±1900 Componisten: R.Schumann(Phantasie voor viool en orkest), J.Brahms(dubbelconcert voor viool en cello), A.Dvorak(Romance in f-klein voor viool en orkest), P.Tsjaikowski(het vioolconcert) Stijlkenmerken: Het persoonlijke gevoel in de muziek is belangrijk.Groot verschil in dynamiek.Geen duidelijke vormen als Classicisme.Nationale elementen komen naar voren (zoals volksliedjes die worden gebruikt in de composities). Splitsing van muziek uit deze periode: virtuoze of "zware" muziek versus ontspanningsmuziek (operette,dansmuziek van Strauss). Niet-muzikale onderwerpen worden gebruikt in de compositie (bijv.natuur).
|
20e eeuw
|
Periode: ±1900-heden Componisten: A.Berg(vioolconcert "Dem Andenken eines Engels"), D.Shostakowitsj (1e vioolconcert), B.Bartok(vioolduos) Stijlkenmerken: Veel verschillende stijlen door elkaar. Er wordt geëxperimenteerd met vreemde klanken,moeilijke ritmes.Melodieën en ritmes zijn vrij. Daarnaast ontstaat populaire muziek, jazz enz.......maar tegenwoordig worden deze stijlen ook door aantal componisten gemengd.
|
|
viool en compositie
|
|
 |