Bij een flageolet wordt de vinger zeer licht op de snaar geplaatst (op een "knoop"), waardoor de snaar zowel voor als achter de vingertop trilt.De vinger moet nauwkeurig geplaatst zijn.
Natuurflageoletten kunnen op 1/2, 1/3, 1/4, 1/5, 2/5, 3/4, 2/3, 3/5, en 4/5 van de snaarlengte tussen het kielhoutje en de kam.
Op 1/2 zal de klank hetzelfde zijn als de greep. Wordt een reine kwint gepakt dan zal de klank een octaaf hoger zijn dan de greep. Wordt een reine kwart gepakt dan zal de klank een kwint+octaaf hoger zijn dan de greep. Wordt een grote terts gepakt dan zal de klank twee octaven hoger zijn. Bij een grote sext is het een reine kwint + octaaf. Bij een kleine terts is het een kleine terts+twee octaven. Deze afstanden kunnen ook berekent worden vanaf de kam i.p.v. het kielhoutje!
Kunstflageoletten ontstaan wanneer met een vinger de snaar wordt ingedrukt/afgekort en één van de andere vingers de snaar licht aanraakt.
Kunstklageoletten zijn er in :
- kwart: reine kwint+octaaf hoger dan bovenste toon oftewel twee octaven hoger dan de onderste toon
- kwint: octaaf hoger dan bovenste toon oftewel reine kwint+octaaf hoger dan onderste noot